Een nieuwe aanvoerroute door de Hoeksche Waard vanuit het Hollands Diep kan de zoetwatervoorziening van de Rotterdamse haven, het Westland en omliggende gebieden op lange termijn versterken.
De zoetwatervoorziening in Zuidwest-Nederland staat onder druk door toenemende verzilting, wisselende rivierafvoeren en de stijgende zeespiegel. De droge zomer van dit jaar maakte duidelijk hoe kwetsbaar de huidige aanvoerroute is. Door een tekort aan zoetwater kwamen onder meer de glastuinbouw in het Westland en het Rotterdamse havengebied in de knel.
Het zoete water voor deze gebieden wordt aangevoerd via de Bernisse en het Brielse Meer. Vanuit het Spui wordt water ingelaten en vervolgens via een gemaal verder verspreid. Wanneer het zoutgehalte in het Spui te hoog oploopt, moet de inlaat worden gesloten. Dat beperkt de aanvoer en vergroot de druk op de beschikbare zoetwatervoorraden.
Noodmaatregel tijdens droge zomer
Afgelopen zomer bleek de buffercapaciteit van het Brielse Meer onvoldoende om de stagnerende aanvoer op te vangen. Voor tuinders in het Westland dreigde schade aan gewassen en oogsten. Waterschap Hollandse Delta greep in met een noodmaatregel: via het Kanaal door Voorne werd met grote pompen extra zoetwater naar het Brielse Meer aangevoerd.
Daarmee kon de acute situatie worden opgevangen. De ingreep onderstreepte tegelijkertijd de vraag hoe de zoetwatervoorziening in de toekomst minder afhankelijk kan worden van de omstandigheden bij het huidige inlaatpunt.
Inlaatpunt verder landinwaarts via Strijensas en Spui
Door klimaatverandering kunnen perioden met een lage rivierafvoer vaker problemen veroorzaken. In combinatie met zeespiegelstijging neemt daarmee het risico toe dat zout water verder landinwaarts doordringt. Als gevolg daarvan kan de beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, industrie en andere gebruikers onder druk komen te staan.
Ook in de Tweede Kamer is aandacht voor dit vraagstuk. Een recent aangenomen motie roept het kabinet op te zorgen voor een robuustere zoetwateraanvoer via de Bernisse.
Een van de mogelijkheden is om het inlaatpunt verder landinwaarts te verplaatsen. Daarbij kan water vanuit het Hollands Diep bij Strijensas worden aangevoerd, via een nieuw tracé door de Hoeksche Waard. Met een sifon onder het Spui zou deze route kunnen worden aangesloten op het bestaande watersysteem richting de Bernisse.
Het idee is niet nieuw. Het Wereld Natuur Fonds bracht een vergelijkbare mogelijkheid bijna twintig jaar geleden al onder de aandacht. In 2009 werd besloten de optie te verkennen. Destijds werd ervan uitgegaan dat de bestaande inlaat tot ten minste 2050 bruikbaar zou blijven. De recente problemen vormen aanleiding om opnieuw naar die aanname en de alternatieven te kijken.
Kansen voor natuur, waterkwaliteit en recreatie
Een nieuwe oost-westverbinding voor water kan mogelijk meer opleveren dan alleen een betrouwbaardere zoetwatervoorziening. Afhankelijk van de precieze inrichting kan de route ook kansen bieden voor waterkwaliteit, natuurontwikkeling en recreatie.
Daarnaast kan een robuustere aanvoer bijdragen aan de zoetwatervoorziening van de Hoeksche Waard en Voorne-Putten. Voor de Rotterdamse haven en de glastuinbouw in het Westland is voldoende zoetwater van belang voor de continuïteit van economische activiteiten.
Hoekschewaards Landschap heeft al ideeën ontwikkeld voor delen van een mogelijk nieuw traject. Ook Water Natuurlijk heeft aangegeven hierover te willen meedenken.
De komende jaren zal moeten blijken welke maatregelen technisch, ecologisch en financieel haalbaar zijn. De centrale vraag is hoe Zuidwest-Nederland ook tijdens langdurige droogte en toenemende verzilting over voldoende zoetwater kan blijven beschikken.
